Inclusie van Open Verzamelingen in het Inwendige van een Verzameling

Zij \( U \) een open deelverzameling van een topologische ruimte \( X \) en veronderstel dat \( U \subseteq A \). Dan ligt \( U \) volledig in het inwendige van \( A \) : $$ U \subseteq \text{Int}(A) $$

Het inwendige van een verzameling \( A \), genoteerd als \(\text{Int}(A)\), is de grootste open deelverzameling die geheel binnen \( A \) ligt. Intuïtief gaat het om alle punten van \( A \) waarvoor een volledige “open omgeving” bestaat die geen enkel punt buiten \( A \) raakt.

Daaruit volgt een belangrijk en vaak gebruikt principe: elke open deelverzameling \( U \) die in \( A \) is opgenomen, moet automatisch ook in \(\text{Int}(A)\) liggen. Het inwendige verzamelt namelijk alle open deelverzamelingen die in \( A \) passen.

Formeel kan dit worden uitgedrukt als:

$$ \text{Int}(A) = \bigcup \{ O \subseteq A \mid O \text{ open is in } X \} $$

Omdat \( U \) zelf een open deelverzameling is en bovendien in \( A \) ligt, behoort zij tot deze familie. Zij draagt dus rechtstreeks bij aan de unie die het inwendige van \( A \) vormt.

Een Concreet Voorbeeld

Om dit idee tastbaar te maken, bekijken we een eenvoudig voorbeeld in de topologische ruimte \( \mathbb{R} \), uitgerust met de gebruikelijke topologie. In deze context zijn de open verzamelingen precies de open intervallen en hun willekeurige unies.

Neem:

$$ U = (1, 2) $$

$$ A = [0, 3] $$

Het interval \( U = (1, 2) \) is open in \(\mathbb{R}\), en dus een geldig voorbeeld van een open deelverzameling.

Bovendien geldt \( U \subseteq A \), omdat elk punt tussen 1 en 2 ook tot het interval \([0, 3]\) behoort.

Het inwendige van \( A = [0, 3] \) is het grootste open interval dat volledig binnen \( A \) ligt. Dat is het interval \((0, 3)\).

$$ \text{Int}(A) = (0,3) $$

Het is dan meteen duidelijk dat \( U = (1, 2) \) volledig in \((0, 3)\) ligt, oftewel:

$$ U \subseteq \text{Int}(A) $$

Dit voorbeeld laat zien dat elke open deelverzameling van \( A \) automatisch een deel vormt van het inwendige van \( A \).

Bewijs

Zij \( X \) een topologische ruimte, \( A \subseteq X \), en \( U \) een open deelverzameling van \( X \) waarvoor geldt dat \( U \subseteq A \).

We vertrekken van de volgende hypothesen:

  1. \( U \) is een open deelverzameling van \( X \);
  2. \( U \subseteq A \).

Volgens de definitie bestaat het inwendige van \( A \) uit de unie van alle open deelverzamelingen die volledig in \( A \) liggen.

Aangezien \( U \) aan beide voorwaarden voldoet, maakt zij deel uit van deze familie van open verzamelingen. Bijgevolg is \( U \) opgenomen in hun unie, dat wil zeggen in \(\text{Int}(A)\).

Daaruit volgt rechtstreeks dat \( U \subseteq \text{Int}(A) \).

Met andere woorden: elke open deelverzameling die in een verzameling \( A \) ligt, ligt noodzakelijkerwijs ook in het inwendige van \( A \). Hiermee is de eigenschap aangetoond.

 


 

Please feel free to point out any errors or typos, or share suggestions to improve these notes.

FacebookTwitterLinkedinLinkedin

Topologie

Oefeningen