Dichte deelverzamelingen in topologische ruimten
In een topologische ruimte \( X \) heet een deelverzameling \( A \) dicht als haar sluiting samenvalt met de volledige ruimte: $$ \text{Cl}(A) = X $$
Je kunt dit zo begrijpen: een dichte deelverzameling zit overal "tussen". Elk punt van \( X \) ligt ofwel al in \( A \), of kan zo dicht als je wilt benaderd worden met punten uit \( A \).
De sluiting van een verzameling bestaat uit haar eigen punten, samen met alle ophopingspunten.
Voorbeelden
Voorbeeld 1
In de gebruikelijke topologie op \( \mathbb{R} \) is de verzameling van rationale getallen \( \mathbb{Q} \subset \mathbb{R} \) dicht.
Tussen twee willekeurige reële getallen vind je altijd een rationaal getal. Daarom kun je elk reëel getal zo nauwkeurig als je wilt benaderen met rationale getallen.
De sluiting van \( \mathbb{Q} \) is dus de volledige reële lijn:
$$ \text{Cl}(\mathbb{Q}) = \mathbb{R} $$
Dus \( \mathbb{Q} \) is dicht in \( \mathbb{R} \).
Opmerking. Hetzelfde geldt voor de irrationale getallen \( \mathbb{I} \subset \mathbb{R} \). Ook daarmee kun je elk reëel getal benaderen. Daarom geldt eveneens: $$ \text{Cl}(\mathbb{I}) = \mathbb{R} $$
Voorbeeld 2
In de cofiniete topologie op \( \mathbb{R} \) is ook de verzameling \( \mathbb{R} \setminus \{0\} \) dicht.
In deze topologie heet een verzameling open als haar complement eindig is. Omdat het complement van \( \mathbb{R} \setminus \{0\} \) slechts uit één punt bestaat, namelijk \( \{0\} \), is deze verzameling open.
Om de sluiting te bepalen, kijken we naar de ophopingspunten.
Als we het punt 0 toevoegen, krijgen we de volledige ruimte. Er bestaat bovendien geen gesloten deelverzameling die strikt kleiner is dan \( \mathbb{R} \) en toch \( \mathbb{R} \setminus \{0\} \) bevat. Daarom geldt:
$$ \text{Cl}(\mathbb{R} \setminus \{0\}) = \mathbb{R} $$
Dus ook deze verzameling is dicht in \( \mathbb{R} \).
Opmerking. Dit voorbeeld laat een typisch kenmerk van de cofiniete topologie zien: elke oneindige deelverzameling is automatisch dicht. De enige niet-triviale gesloten verzamelingen zijn namelijk de eindige verzamelingen en \( \mathbb{R} \) zelf. Daarom is de sluiting van elke oneindige verzameling altijd de volledige ruimte.
Voorbeeld 3
In de gebruikelijke topologie op \( \mathbb{R} \) is het open interval \( (0,1) \) niet dicht.
De sluiting ervan is het gesloten interval \( [0,1] \), omdat de eindpunten 0 en 1 ophopingspunten zijn:
$$ \text{Cl}((0,1)) = [0,1] $$
Aangezien deze sluiting niet gelijk is aan \( \mathbb{R} \), is \( (0,1) \) niet dicht in \( \mathbb{R} \).
Opmerking. Beschouw je \( (0,1) \) daarentegen als deelverzameling van \( [0,1] \), met de deelruimtetopologie, dan wordt het wél dicht. In dat geval is de sluiting namelijk \( [0,1] \). Dit laat zien dat dichtheid altijd afhangt van de ruimte waarin je werkt: \( (0,1) \) is niet dicht in \( \mathbb{R} \), maar wel in \( [0,1] \).
Enzovoort.