Digitale topologie
De digitale topologie bestudeert topologische structuren op discrete ruimten, zoals roosters van punten (pixels in 2D of voxels in 3D). Ze analyseert hoe deze punten met elkaar verbonden zijn op basis van een vastgelegde adjacentierelatie.
In deze context worden open verzamelingen bepaald door de connecties tussen punten. Het type verbinding hangt af van het gekozen model, bijvoorbeeld 4- en 8-connectiviteit in 2D of 6-, 18- en 26-connectiviteit in 3D.
Digitale topologie speelt een belangrijke rol in onder meer beeldverwerking, computergraphics en computer vision. Ze maakt het mogelijk om klassieke topologische ideeën toe te passen in een discrete, digitale omgeving.
Open verzamelingen in de digitale topologie
Een verzameling \(U\) heet open als voor elk punt \(x \in U\) alle aangrenzende punten - volgens de gekozen connectiviteit - eveneens tot \(U\) behoren.
Wat precies als “aangrenzend” wordt beschouwd, hangt af van het gekozen connectiviteitsmodel. Enkele typische situaties:
In een circulaire structuur is elk punt verbonden met precies twee andere punten. Dit komt overeen met 2-connectiviteit.

In het tweedimensionale vlak (2D) kan een punt verbonden zijn met vier buren (4-connectiviteit) - noord, zuid, oost en west - of met acht buren (8-connectiviteit), waarbij ook de diagonale buren worden meegenomen.

In een driedimensionale ruimte (3D) wordt de connectiviteit bepaald door 6-, 18- of 26-connectiviteit, afhankelijk van het aantal buren dat men in rekening brengt.
Voorbeeld
Beschouw een verzameling punten die een digitale cirkel vormen, met 2-connectiviteit.

Elk punt heeft hier precies twee directe buren, één links en één rechts.
Zo is punt 2 bijvoorbeeld aangrenzend aan de punten 1 en 3.

Een verzameling \(U\) is in dit geval open als alle buren van elk punt in \(U\) ook tot \(U\) behoren.
Dit is de discrete tegenhanger van het idee van continuïteit en samenhang in de klassieke topologie.
Digitale topologie versus discrete topologie
Hoewel beide theorieën op discrete ruimten werken, is hun aanpak verschillend:
- Discrete topologie
Elke deelverzameling van een verzameling \(X\) is open. - Digitale topologie
Een deelverzameling is alleen open als ze voldoet aan specifieke connectiviteitsvoorwaarden.
Het essentiële verschil
In de discrete topologie is elke deelverzameling automatisch open. In de digitale topologie geldt dat alleen voor verzamelingen die consistent zijn met de gekozen connectiviteit.
Daarom is digitale topologie strikter dan discrete topologie: niet elke deelverzameling is open.
Een eenvoudige illustratie: een verzameling bestaande uit twee geïsoleerde pixels - zonder onderlinge verbinding - is niet open in de digitale topologie, maar wel in de discrete topologie.
Digitale topologie is dus specifiek ontworpen om verbindingen tussen punten te modelleren, terwijl de discrete topologie elk punt los van de andere beschouwt.
Voorbeeld
Neem de verzameling \(\{1, 2, 3, 4\}\), gerangschikt in een cirkel met 2-connectiviteit.
- De verzameling \(\{1, 2\}\) is open, omdat 1 en 2 aangrenzend zijn.
- De verzameling \(\{1, 3\}\) is niet open, omdat er geen directe verbinding is.
In de discrete topologie daarentegen zijn beide verzamelingen open, omdat daar elke deelverzameling voldoet.
Opmerking. In dezelfde discrete metrische ruimte \(\{1, 2, 3, 4\}\) legt de digitale topologie een extra voorwaarde op, namelijk connectiviteit, waardoor zij strenger is dan de discrete topologie.
En zo verder.